ECLI:NL:CRVB:2004:AP8693
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- M.I. ’t Hooft
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijzondere bijstand wegens niet tijdig aanvragen huursubsidie
Appellant verzocht bijzondere bijstand voor woonkostentoeslag over de periode 1 november 1999 tot 1 maart 2000 wegens het mislopen van huursubsidie. Deze aanvraag werd door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente 's-Gravenhage afgewezen omdat appellant niet tijdig om hernieuwde huursubsidie had verzocht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het verzuim van appellant om tijdig huursubsidie aan te vragen een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan inhoudt. De rechtbank vond dat appellant zich had moeten informeren over de aanvraagtermijn en dat de weigering van woonkostentoeslag terecht was op grond van artikel 14 van Pro de Algemene bijstandswet.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank onderschreven en benadrukt dat de opgelegde maatregel proportioneel is gezien de ernst van de gedraging en de omstandigheden van appellant. De Raad bevestigt de weigering van bijzondere bijstand en ziet geen reden voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijzondere bijstand wegens het niet tijdig aanvragen van huursubsidie.