ECLI:NL:CRVB:2004:AP8731
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens niet-rechtmatig verblijf in Nederland
Appellant en appellante, beiden van Turkse nationaliteit, hebben aanvragen ingediend voor bijstandsuitkeringen, welke door het College van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage zijn afgewezen wegens niet-rechtmatig verblijf in Nederland.
De Raad overweegt dat appellanten geen recht konden doen gelden op een uitkering ingevolge de Algemene bijstandswet (Abw), omdat zij geen vreemdeling waren in de zin van de Vreemdelingenwet en niet konden worden gelijkgesteld met Nederlanders volgens het Besluit gelijkstelling vreemdelingen. Ook op grond van het Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand (EVSMB) was geen rechtmatig verblijf aanwezig, aangezien zij geen verblijfsvergunning hadden.
Verder oordeelt de Raad dat de weigering niet in strijd is met artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR). De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstandsuitkeringen worden afgewezen omdat appellanten niet rechtmatig in Nederland verbleven.