ECLI:NL:CRVB:2004:AP9156
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.W.P. van der Hoeven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding in socialezekerheidszaak
Appellante stelde dat haar bezwaarschrift tijdig was ingediend op de laatste dag van de termijn, 16 maart 2000. De rechtbank oordeelde echter dat het bezwaarschrift te laat was ingediend, gelet op de poststempel van 19 maart 2000 op de enveloppe. De Raad onderschrijft deze conclusie en wijst het beroep van appellante af.
Daarnaast stelde appellante dat ook het bestuursorgaan zelf te laat was met het nemen van een beslissing op bezwaar, ruim een jaar na indiening. De Raad oordeelt dat deze termijnoverschrijding door het bestuursorgaan geen grond is om de uitspraak te vernietigen, nu het bezwaar zelf niet-ontvankelijk is verklaard wegens te late indiening.
De Raad ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat in bijzondere gevallen termijnoverschrijding kan vergoelijken. De uitspraak van de rechtbank wordt dan ook bevestigd en het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar niet-ontvankelijk wegens niet tijdige indiening.