ECLI:NL:CRVB:2004:AP9185
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.W.P. van der Hoeven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing over geschiktheid voor arbeid en beëindiging Ziektewetuitkering
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van 4 augustus 2000 waarin werd vastgesteld dat hij per 11 juli 2000 niet langer recht had op een uitkering krachtens de Ziektewet, omdat hij geschikt zou zijn voor zijn arbeid. De rechtbank Utrecht had dit besluit eerder in stand gelaten, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad heeft overwogen dat het bestreden besluit gebaseerd is op een zorgvuldige beoordeling van de medische gegevens, waaronder ook reacties van bezwaarverzekeringsartsen die stelden dat psychische klachten reeds bestonden maar geen psychiatrische problematiek vormden op de datum in geding. Nieuwere medische stukken betreffen data na 11 juli 2000 en kunnen het oordeel over de belastbaarheid op die datum niet wijzigen.
De Raad acht nader onderzoek door een psychiater niet nodig en concludeert dat er voldoende medische gegevens beschikbaar zijn om het besluit te handhaven. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, waarmee het bezwaar ongegrond blijft en de Ziektewetuitkering wordt beëindigd per genoemde datum.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant sinds 11 juli 2000 geschikt is voor zijn arbeid en geen recht meer heeft op een Ziektewetuitkering.