ECLI:NL:CRVB:2004:AP9533
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Geen ruimte om WAO-verhogingsaanspraken te betrekken bij beoordeling Ziektewetuitkering
In deze zaak stond centraal of bij de beoordeling van het recht op een Ziektewetuitkering (ZW) ook aanspraken op verhoging van een WAO-uitkering betrokken moeten worden. Gedaagde ontving sinds 1998 een WAO-uitkering die in 1999 was herzien. Na ziekmelding in 1999 weigerde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) de ZW-uitkering, waarop gedaagde bezwaar maakte. De rechtbank oordeelde dat het UWV ook een onderzoek naar mogelijke aanspraken op verhoging van de WAO-uitkering had moeten doen, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt dit oordeel.
De Raad overweegt dat in een geding over een besluit ter uitvoering van de ZW, mede gelet op de Algemene wet bestuursrecht, geen ruimte is om aanspraken op verhoging van de WAO-uitkering te betrekken. Het hof volgt daarmee het standpunt van het UWV dat de beoordeling van het recht op ZW-uitkering beperkt is tot de ZW zelf en niet de WAO omvat. De eerdere uitspraak van de rechtbank wordt daarom vernietigd voor zover die een onderzoek naar WAO-verhogingsaanspraken verplicht stelde.
Ten aanzien van het verzoek om terugwijzing naar de rechtbank oordeelt de Raad dat dit niet zinvol is, omdat de rechtbank het besluit ook al had vernietigd wegens het ontbreken van een arbeidskundige beoordeling. Gedaagde wordt verwezen naar het nemen van een nieuw besluit op bezwaar met inachtneming van de rechtbankuitspraak. De Raad ziet geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad vernietigt het oordeel dat het UWV ook aanspraken op verhoging van de WAO-uitkering bij de ZW-uitkering moet betrekken.