ECLI:NL:CRVB:2004:AP9589
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch. J.G. Olde Kalter
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift wegens termijnoverschrijding in Ziektewetzaak
Appellante ontving met ingang van 3 januari 2000 ziekengeld, maar bij besluit van 7 april 2000 werd dit recht beëindigd. Tegen dit besluit werd een bezwaarschrift ingediend, dat echter pas op 26 april 2000 door gedaagde werd ontvangen, terwijl de bezwaartermijn op 25 april 2000 was verstreken. Appellante stelde dat zij het bezwaarschrift op 21 april 2000 per post had verzonden en dat het derhalve tijdig was ingediend volgens artikel 6:9, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank oordeelde dat appellante geen bewijs had geleverd van tijdige verzending en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was op grond van artikel 6:11 Awb Pro. Daarom werd het bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard, en het beroep gegrond verklaard om het besluit te vernietigen. De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak, aangezien ook zij geen grond zag voor toepassing van artikel 6:9 Awb Pro of andere verzachtende omstandigheden.
De Raad concludeerde dat de bezwaartermijn was verstreken en dat het bezwaarschrift te laat was ontvangen, waardoor het niet-ontvankelijk moest worden verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: Het bezwaarschrift is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn en het hoger beroep is ongegrond verklaard.