ECLI:NL:CRVB:2004:AQ0543
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens ontbreken medische beperkingen na 25 maart 1992
Appellant, werkzaam als uitzendkracht, viel op 25 maart 1991 uit wegens maagklachten, gevolgd door knie- en enkelklachten. Na medisch en arbeidskundig onderzoek werd hij op 27 februari 1992 als minder dan 15% arbeidsongeschikt beoordeeld, waarna zijn WAO-verzekering eindigde op 25 maart 1992. Appellant verzocht later om een arbeidsongeschiktheidsuitkering op basis van psychische klachten die na zijn vertrek naar Marokko waren ontstaan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat er geen medische aanwijzingen waren voor beperkingen die na 25 maart 1992 tot verminderd verdienvermogen leidden. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel, stellende dat de medische rapportages over psychische klachten na 27 december 1992 niet relevant waren voor de periode van de WAO-verzekering.
De Raad oordeelde dat gedaagde met recht het verzoek om uitkering heeft geweigerd, omdat appellant geen nieuwe medische beperkingen had die tot arbeidsongeschiktheid leidden binnen de verzekerde periode. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens het ontbreken van medische beperkingen binnen de verzekerde periode.