ECLI:NL:CRVB:2004:AQ0922
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens tweede verzuim en opzet/grove schuld in premieplicht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zutphen die haar beroep tegen boetenota’s over de premiejaren 1995 tot en met 1998 ongegrond verklaarde. De boetenota’s waren gebaseerd op een tweede verzuim en opzet of grove schuld bij het niet doen van loonopgave over een bepaald beloningselement.
De Raad oordeelde dat het verweer van appellante tegen het bestaan van opzet of grove schuld niet tot een ander oordeel leidt dan de rechtbank. Wel erkende de Raad dat nieuwe regelgeving een gunstigere uitkomst voor appellante biedt, waardoor de boete verlaagd moet worden van 50% naar 37,5% van de vastgestelde premie.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit voor zover het de boetenota’s over 1994 tot en met 1998 betreft, verklaarde het beroep gegrond en stelde de boetenota’s vast op 37,5%. Tevens werd het door appellante betaalde griffierecht vergoed. Andere bezwaren, zoals de duur van de procedure, werden verworpen.
Uitkomst: De boetenota’s over 1994 tot en met 1998 worden vastgesteld op 37,5% van de vastgestelde premie.