ECLI:NL:CRVB:2004:AQ2389
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- O.J.D.M.L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over onterecht in mindering brengen forfaitaire reiskostenvergoeding op premieloon
Appellante bracht forfaitaire reiskostenvergoedingen voor woon-werkverkeer vóór de berekening van de premies werknemersverzekeringen in mindering op het door haar betaalde (minimum-)loon. Dit leidde ertoe dat over deze bedragen geen premies werden geheven. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat deze bedragen niet onder de uitzondering van het loonbegrip vallen volgens de Coördinatiewet Sociale Verzekering.
In hoger beroep herhaalde appellante dat de reiskostenvergoeding onderdeel uitmaakt van het brutosalaris en dat zij met haar werknemers een loonsverlaging is overeengekomen. De Raad oordeelde dat appellante niet is geslaagd in het bewijs van een dergelijke loonsverlaging, mede omdat de salarisspecificaties niet waren overgelegd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en ziet geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De correctienota’s over de jaren 1993 tot en met 1996 en het daarop volgende bezwaar zijn eveneens relevant in deze context.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het onterecht is forfaitaire reiskostenvergoedingen vóór premieberekening in mindering te brengen op het loon.