ECLI:NL:CRVB:2004:AQ3656
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bevestigd door Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tegen een uitspraak van de rechtbank die de weigering van een WAO-uitkering aan gedaagde vernietigde. Gedaagde had een uitkering aangevraagd wegens arbeidsongeschiktheid, die door het Uwv was geweigerd omdat de mate van arbeidsongeschiktheid op 18 september 1995 minder dan 15% werd vastgesteld.
De rechtbank stelde dat de beperkingen van gedaagde waren onderschat, mede op basis van een rapport van een zenuwarts en medische gegevens over psychiatrische behandelingen tijdens detentie in Duitsland. De Centrale Raad van Beroep liet echter een onafhankelijke psychiater een nieuw onderzoek uitvoeren, die concludeerde dat gedaagde op de datum in kwestie in staat was tot arbeid en dat de diagnose van psychose onvoldoende onderbouwd was.
Na zorgvuldige afweging van de tegenstrijdige medische rapporten oordeelde de Raad dat het oordeel van de onafhankelijke psychiater doorslaggevend was. Hierdoor werd het beroep van het Uwv gegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank vernietigd. De Raad zag geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep van het Uwv gegrond en bevestigt de weigering van de WAO-uitkering.