ECLI:NL:CRVB:2004:AQ4490
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting van 5% wegens te late indiening WAO-uitkeringsaanvraag
Appellant diende een aanvraag voor een WAO-uitkering te laat in, waarop het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) een korting van 5% oplegde over de periode van 14 augustus 2001 tot 6 september 2001. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en stelde vast dat appellant niet tijdig had voldaan aan de aanvraagtermijn van negen maanden na aanvang van arbeidsongeschiktheid.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij door zijn psychische toestand niet in staat was de aanvraag tijdig in te dienen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat appellant deze stelling niet met concrete medische gegevens had onderbouwd en dat de rechtbank deze grief afdoende had besproken. Er waren geen dringende redenen om af te zien van de maatregel.
De Raad bevestigde daarom het besluit van het Uwv en zag geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de korting van 5% bleef van kracht.
Uitkomst: De korting van 5% op de WAO-uitkering wegens te late indiening wordt bevestigd.