ECLI:NL:CRVB:2004:AQ4539
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks medische bezwaren appellant
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd verlaagd van 35-45% naar 25-35%. Hij stelde dat de bezwaarverzekeringsarts de ernst van zijn medische beperkingen had onderschat, met name vanwege chronische veneuze insufficiëntie en rugklachten.
De Raad overwoog dat appellant geen objectieve medische gegevens had overgelegd die de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid konden betwijfelen. De bezwaarverzekeringsarts had rekening gehouden met de varices en had extra beperkingen aangenomen, zoals het vervallen van de functie monteur koffiezetter vanwege staan. Deze functie werd vervangen door een andere passende functie, waardoor de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd bleef.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en oordeelde dat er geen reden was om de arbeidskundige component te vernietigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Arnhem werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.