ECLI:NL:CRVB:2004:AQ4638
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep over toepassing artikel 5 Dagloonregelen WAO bij provisieberekening
Deze zaak betreft een geschil over de berekening van het dagloon van gedaagde in het kader van een WAO-uitkering. Gedaagde was werkzaam als vertegenwoordiger op provisiebasis en ontving een uitkering op basis van een vastgesteld dagloon inclusief provisie. De berekening van de provisie in het dagloon leidde tot een geschil, omdat appellant het beloningssysteem na een fusie per 1 januari 1998 als uitgangspunt nam, waardoor een lagere provisie werd gehanteerd.
De rechtbank had het beroep van gedaagde gegrond verklaard en oordeelde dat appellant onterecht artikel 5 van Pro de Dagloonregelen WAO niet toepaste en het besluit onvoldoende motiveerde. Appellant stelde echter dat de wijziging van het beloningssysteem per 1 januari 1998 leidde tot een lagere provisie en dat artikel 5 van Pro de Dagloonregelen WAO correct werd toegepast.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er inderdaad sprake was van een wijziging in het loon in de zin van artikel 5, waardoor het dagloon niet verder verhoogd kon worden dan reeds was gebeurd. De Raad verwierp de argumenten van de rechtbank over de arbeidskundige en de motivering van het besluit. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van gedaagde ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde tegen het besluit tot vaststelling van het dagloon wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.