ECLI:NL:CRVB:2004:AQ5342
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R M. van Male
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-nakoming medewerkingsverplichting krediethypotheek
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch inzake de terugvordering van een bijstandsuitkering die was verleend in de vorm van een geldlening onder verband van een krediethypotheek. Gedaagde had de verplichting om mee te werken aan de vestiging van deze hypotheek niet nagekomen, ondanks herhaalde verzoeken van de notaris.
De rechtbank had het beroep van gedaagde gegrond verklaard omdat niet was gebleken dat appellant daadwerkelijk medewerking had gevraagd in de periode van 25 oktober 1996 tot 1 september 1997. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de stukken voldoende bewijs bevatten dat gedaagde niet heeft meegewerkt, mede omdat zij schriftelijk was geïnformeerd over de voorwaarden en de verplichting tot medewerking.
De Raad stelde vast dat gedaagde ook na herhaalde waarschuwingen en verzoeken niet bereid was haar medewerking te verlenen. Er waren geen dringende redenen om terugvordering te matigen of achterwege te laten. De Raad vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee de intrekking en terugvordering van de bijstand stand hield.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de bijstandsuitkering blijft in stand.