ECLI:NL:CRVB:2004:AQ5460
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van hersteldverklaring en intrekking ziekengeld op grond van ongeschiktheid tot arbeid
Appellant was sinds september 2000 werkzaam als administratief medewerker via een uitzendbureau en viel op 19 oktober 2000 uit wegens oogklachten. Op basis van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en een huisartsverklaring werd appellant per 19 december 2000 niet langer ongeschikt geacht voor zijn arbeid, waarna het recht op ziekengeld werd beëindigd.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad stelde vast dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen nieuwe medische gegevens waren die het eerdere oordeel konden weerleggen. Een mogelijke latere verergering van de oogklachten in 2001 en 2002 was niet relevant voor de beoordeling van de situatie per 19 december 2000.
Daarom bevestigde de Centrale Raad van Beroep het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee het recht op ziekengeld werd beëindigd vanaf 19 december 2000.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit dat appellant sinds 19 december 2000 niet meer ongeschikt is voor arbeid wordt bevestigd.