ECLI:NL:CRVB:2004:AQ5480
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing over mate arbeidsongeschiktheid en WAZ-uitkering
Appellant, een zelfstandige werkzaam in zijn garagebedrijf, viel uit wegens een ruggenmergprobleem en vroeg een WAZ-uitkering aan. Na een initiële weigering op grond van minder dan 25% arbeidsongeschiktheid, werd in bezwaar een uitkering toegekend op basis van 55 tot 65% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank oordeelde dat het besluit een juiste medische en arbeidskundige grondslag had en wees het beroep van appellant op een hogere mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 90% af. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen.
In hoger beroep bevestigde de Raad de eerdere uitspraak. Nieuwe medische informatie, waaronder een brief van een neuroloog, leidde niet tot een ander oordeel. De Raad vond geen aanleiding voor nader medisch onderzoek en achtte het bezwaar gegrond verklaarde besluit correct.
De uitspraak bevestigt dat de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid en de daarop gebaseerde uitkering passend zijn, waarbij de medische en arbeidskundige rapportages doorslaggevend waren.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van een WAZ-uitkering gebaseerd op 55 tot 65% arbeidsongeschiktheid.