ECLI:NL:CRVB:2004:AQ5616
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Indeling in hogere arbeidsongeschiktheidsklasse bij WAO-uitkering
Appellant kreeg op 31 mei 2001 een WAO-uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35%. Na bezwaar en beroep werd dit percentage door het UWV verhoogd naar 35 tot 45%. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelt dat het eerste besluit is ingetrokken en vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en het eerste besluit. Het beroep tegen het tweede besluit, dat een hogere mate van arbeidsongeschiktheid vaststelt, wordt echter ongegrond verklaard omdat de Raad het medisch en arbeidskundig onderzoek voldoende zorgvuldig acht, inclusief de beoordeling van psychische klachten.
De Raad benadrukt dat alleen de situatie op 31 mei 2001 wordt beoordeeld en dat latere verslechteringen buiten beschouwing blijven. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, het beroep tegen het tweede besluit wordt ongegrond verklaard, met veroordeling van het UWV in proceskosten.