ECLI:NL:CRVB:2004:AQ5629
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering bij ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellante, die sinds 26 februari 1997 wegens depressieve klachten niet meer werkte, kreeg haar WAO-uitkering ingetrokken per 19 februari 1999. Na bezwaar en beroep werd dit besluit gehandhaafd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). Appellante verzocht om herziening van het besluit op basis van medische verklaringen van haar huisarts die haar klachten als ernstiger omschreven.
De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden echter dat de arbeidsongeschiktheid ongewijzigd was en dat de eerder ingeschatte belastbaarheid gehandhaafd kon blijven. De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep bevestigden het besluit tot intrekking van de uitkering, omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een herziening rechtvaardigden.
De Raad benadrukte dat bij een verzoek tot terugkomen van een besluit de toetsing beperkt is tot het beoordelen van nieuwe feiten of omstandigheden. Medische stukken die niet bij het oorspronkelijke besluit waren betrokken, konden daarbij geen gewicht krijgen. Het verzoek van appellante werd daarom afgewezen en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het verzoek van appellante om terug te komen op het besluit tot intrekking van haar WAO-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.