ECLI:NL:CRVB:2004:AQ5879
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens nieuw besluit tegemoetkomend aan bezwaar
Appellant had bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank waarin het recht op kinderbijslag werd geweigerd voor het vierde kwartaal van 2000. Na een eerdere ongegrondverklaring van het bezwaar en afwijzing door de rechtbank Rotterdam, werd hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Tijdens de procedure heeft de Sociale verzekeringsbank aangegeven het oorspronkelijke standpunt niet langer te handhaven en een nieuw besluit te nemen dat volledig tegemoetkomt aan de bezwaren van appellant.
Het hoger beroep werd hierdoor niet-ontvankelijk verklaard wegens verlies aan belang, aangezien het nieuwe besluit het geschil feitelijk heeft opgelost. Wel bleef er belang bij de beoordeling van proceskosten en vergoeding van het griffierecht. De Raad veroordeelde de Sociale verzekeringsbank tot betaling van proceskosten aan appellant en de griffier, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
De uitspraak benadrukt dat bij een nieuw besluit dat volledig tegemoetkomt aan de bezwaren, het belang bij beoordeling van het oude besluit vervalt, tenzij er nog een verzoek is tot schadevergoeding of andere kosten, wat hier niet het geval was. De procedure werd gesloten zonder zitting, met toestemming van partijen.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens verlies aan belang, met veroordeling van de Sociale verzekeringsbank in proceskosten en griffierecht.