ECLI:NL:CRVB:2004:AQ5969
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De Centrale Raad van Beroep heeft appellante meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €102,- binnen een gestelde termijn. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet betaald binnen de termijn.
De Raad oordeelt dat appellante in verzuim is en dat het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is. Er zijn geen omstandigheden aanwezig die toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht rechtvaardigen om hiervan af te wijken.
De Raad besluit daarom zonder verder onderzoek het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Tegen deze uitspraak staat een mogelijkheid tot verzet open binnen zes weken na verzending van het afschrift.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.