ECLI:NL:CRVB:2004:AQ5974
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R.C. Stam
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens onrechtmatige premiebesluiten
Appellanten, exploitanten van een autopoetsbedrijf, vorderden schadevergoeding wegens onrechtmatige premiebesluiten die hun relatie met een opdrachtgever, [naam vennootschap], zouden hebben geschaad. Gedaagde, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), had eerder de schadevergoeding afgewezen en de bezwaren ongegrond verklaard.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat het causaal verband tussen de onrechtmatige besluiten en de geleden schade niet was aangetoond. Appellanten hadden de relatie met de opdrachtgever zelf verbroken en erkenden dat de besluiten niet rechtstreeks de voortzetting van de relatie belemmerden.
De Raad concludeerde dat de gevolgen van het beëindigen van de relatie en het staken van het bedrijf niet aan het handelen van gedaagde konden worden toegerekend. Ook was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat potentiële nieuwe opdrachtgevers werden afgeschrikt door het risico van inhoudingsplicht. De Raad vond geen grond voor toepassing van de artikelen 8:74, tweede lid, of 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding wegens het ontbreken van causaal verband.