ECLI:NL:CRVB:2004:AQ5979
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens afgeleid belang bij sociale verzekeringspremies
Appellante, een vennootschap waarvan de bestuurder tevens enig aandeelhouder is, maakte bezwaar tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) dat bepaalde dat een werknemer van Ernst & Young verplicht verzekerd was voor sociale werknemersverzekeringswetten en dat premies moesten worden afgedragen.
Het bezwaar van appellante werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen rechtstreeks belang had bij het besluit, slechts een afgeleid belang. De rechtbank Arnhem bevestigde dit standpunt. Ernst & Young stelde eveneens bezwaar in en kreeg in een andere procedure bij de rechtbank Utrecht wel gelijk, waarbij het besluit werd vernietigd.
De Raad bevestigde in hoger beroep de uitspraak van de rechtbank Utrecht, waardoor het belang van appellante in haar hoger beroep kwam te vervallen. Daarom werd appellante niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep. Er waren geen gronden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep wegens gebrek aan rechtstreeks belang.