ECLI:NL:CRVB:2004:AQ5984

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 juli 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02/4852 CSV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • B.J. van der Net
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 CSVArt. 8:75 AwbWet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomenInvoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging premienavordering wegens onjuiste toepassing pc-privéregeling

Appellante heeft het bruto loon van negentien werknemers verlaagd in verband met de aanschaf van een personal computer, waarbij de verlaging schriftelijk is overeengekomen. Deze loonverlaging leidde echter niet tot een verlaging van de vakantietoeslag of de pensioengrondslag. Gedaagde stelde dat de pc-privéregeling onjuist was toegepast en heef premies nageheven.

De rechtbank oordeelde dat het beleid van gedaagde, zoals neergelegd in mededeling M 00.028, juist was: eigen bijdragen van werknemers kunnen buiten het premieloon blijven als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, waaronder volledige contractloonverlaging met alle gevolgen. De Raad onderschrijft dit oordeel en constateert dat appellante niet aan alle voorwaarden heeft voldaan.

De Raad ziet geen reden om af te wijken van de uitleg van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder y van de Coördinatiewet Sociale Verzekering en bevestigt de premienavordering. Het beroep van appellante wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de premienavordering wegens onjuiste toepassing van de pc-privéregeling.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
02/4852 CSV
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellante], gevestigd te [vestigingsplaats], appellante,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv.
Bij beroepschrift van 11 september 2002 heeft mr. A.R. Netze, werkzaam bij Fitacc Accountants en Belastingadviseurs te Dronten, als gemachtigde van appellante op bij aanvullende beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de door de rechtbank Zwolle op 2 augustus 2002, nummer 01/1110, tussen partijen gewezen uitspraak.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad op 15 juli 2004, waar partijen niet zijn verschenen.
II. MOTIVERING
Het geschil betreft het antwoord op de vraag of gedaagde terecht premies ingevolge de sociale werknemersverzekeringswetten heeft nageheven ter zake van verlaging van het bruto loon van negentien werknemers van appellante in verband met de aanschaf van een personal computer (pc).
Appellante is de verlaging van het brutoloon schriftelijke overeengekomen met de betreffende werknemers. De verlaging van het brutoloon heeft niet geleid tot een verlaging van de vakantietoeslag op de loonstroken van de betreffende werknemers. De loonsverlaging heeft evenmin geleidt tot verlaging van de pensioengrondslag.
Gedaagde stelt zich op het standpunt dat appellante de pc-privéregeling onjuist heeft toegepast, onder verwijzing naar artikel 6, eerste lid, aanhef en onder y, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) en haar besluit PC Privé van 30 september 1998 (stcrt. 196).
De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak overwogen de uitleg van gedaagde, zoals neergelegd in diens mededeling M 00.028 van 15 maart 2000, niet onjuist te achten. In die mededeling heeft gedaagde aangegeven dat als beleid wordt gehanteerd dat eigen bijdragen van werknemers buiten het premieloon worden gelaten, indien voldaan wordt aan een aantal voorwaarden. Een van die voorwaarden is dat de contractloonverlaging volledig (met alle consequenties, zoals voor dagloon, ziekenfondsloongrens en vakantietoeslag) dient te worden gerealiseerd.
De Raad overweegt het volgende.
De Raad onderschrijft het hierboven weergegeven oordeel van de rechtbank. Voorts is de Raad met de rechtbank van oordeel dat voldoende vast staat dat de vakantietoeslag en de pensioengrondslag niet zijn gewijzigd, gezien appellantes stellingen daaromtrent, waarin ook de Raad een erkenning daarvan leest.
In het onderhavige geval gaat het om toepassing van een in artikel 6 van Pro de CSV neergelegde uitzondering op het loonbegrip, zodat de Raad geen aanleiding ziet van een beperkte uitleg van deze bepaling af te zien. Nu appellante niet heeft voldaan aan alle voorwaarden, is gedaagde terecht tot premienavordering over gegaan.
De Raad volgt appellante niet in haar stelling dat de onderhavige zaak volstrekt vergelijkbaar is met de uitspraak van de Raad van 7 oktober 1999 (gepubliceerd in RSV 2000/12), omdat in die zaak geen sprake was van toepassing van een pc-privéregeling en die zaak - zoals terecht is overwogen door de rechtbank - betrekking had op premieheffing over een periode voor inwerkingtreding van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder y van de CSV en genoemde mededeling van gedaagde.
Uit het voorgaande vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt, zodat als volgt moet worden beslist.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mr. B.J. van der Net in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier en uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2004.
(get) B.J. van der Net
(get.) R.E. Lysen
Tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep ingevolge de Coördinatiewet Sociale Verzekering kan ieder der partijen beroep in cassatie instellen, maar alleen ter zake van schending of verkeerde toepassing van het bepaalde bij of krachtens een der artikelen 1, vierde tot en met achtste lid, 4 tot en met 8 en de op die artikelen berustende bepalingen.
Dit beroep wordt ingesteld door binnen zes weken nadat dit afschrift der uitspraak ter post is bezorgd, een beroepschrift in cassatie aan de Centrale Raad van Beroep in te zenden.