ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6255

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
30 juli 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/2819 AKW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J. Janssen
  • G.J.H. Doornewaard
  • J.B.J.M. ten Berge
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding betaling griffierecht

Opposant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring is verzet ingesteld.

Tijdens de zitting op 7 mei 2004 waren partijen niet verschenen. Uit het dossier blijkt dat de uiterste betaaldatum voor het griffierecht 28 augustus 2003 was, terwijl het griffierecht pas op 10 september 2003 bij de griffie werd ontvangen en op 5 september 2003 van de bankrekening van opposant werd afgeschreven.

Opposant heeft geen geldige redenen aangevoerd voor de late betaling. De Raad oordeelt dat het niet tijdig voldoen van het griffierecht niet verontschuldigbaar is en verklaart het verzet ongegrond. Er is geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat het griffierecht niet tijdig is betaald.

Uitspraak

03/2819 AKW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats], Marokko, opposant,
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Opposant heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Amsterdam op 24 april 2003 tussen partijen gegeven uitspraak.
Bij uitspraak van 12 december 2003 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat opposant het griffierecht niet binnen de gestelde termijn heeft voldaan.
Tegen deze uitspraak is verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op 7 mei 2004. Partijen zijn niet verschenen.
II. MOTIVERING
Zoals in de uitspraak van 12 december 2003, waartegen het verzet is gericht, is aangegeven was de laatste dag van de aan opposant gestelde termijn voor het betalen van het griffierecht 28 augustus 2003. Het griffierecht is evenwel eerst op 10 september 2003 ter griffie van de Raad ontvangen.
In verzet heeft opposant -onder verwijzing naar een bijgevoegd rekeningafschrift- aangevoerd dat het griffierecht op 5 september 2003 is voldaan.
De Raad stelt vast dat het griffierecht niet tijdig is voldaan.
Blijkens het bijgevoegde rekeningafschrift is het griffierecht eerst op 5 september 2003 van de bankrekening afgeschreven. Aangezien de termijn voor het betalen van het griffierecht eindigde op 28 augustus 2003 kon het griffierecht dus niet meer tijdig op de rekening van de Raad worden bijgeschreven. In zijn verzetschrift heeft opposant geen gronden aangevoerd waarop hij niet in staat was het griffierecht tijdig te (laten) voldoen. Er is dan ook geen reden om het niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar te achten.
Het verzet moet derhalve ongegrond verklaard worden.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. J. Janssen als voorzitter en mr. G.J.H. Doornewaard en prof. mr. J.B.J.M. ten Berge als leden, in tegenwoordigheid van mr. A.C.W. van Huussen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 30 juli 2004.
(get.) J. Janssen.
(get.) N.E. Nijdam.