ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6787
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onjuiste opgave woonadres
Appellant diende een aanvraag in voor bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) en gaf daarbij een woonadres op waar hij volgens hem verbleef. Na een onaangekondigd huisbezoek door de sociale dienst bleek dat appellant niet op dat adres woonde. De aanvraag werd daarom afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde deze beslissing.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij tijdelijk bij zijn moeder verbleef vanwege haar ernstige ziekte en dat hij al zijn persoonlijke bezittingen daar had meegenomen. Tevens stelde hij dat hij niet voldoende gelegenheid had gekregen om te reageren op aanvullende verklaringen van de bijstandsconsulent, in strijd met artikel 7:9 Awb Pro.
De Raad oordeelde dat het woonadres moet worden vastgesteld op basis van de feitelijke situatie. Het huisbezoek toonde aan dat de opgegeven kamer geen bewoonde indruk maakte en er geen persoonlijke bezittingen van appellant aanwezig waren. De tijdelijke afwezigheid van appellant kon niet verklaren dat er geen enkel spoor van bewoning was. Door onjuiste informatie te verstrekken over zijn woonadres had appellant zijn inlichtingenplicht geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De Raad verwierp ook het beroep op schending van artikel 7:9 Awb Pro omdat de aanvullende informatie niet van aanmerkelijk belang was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens onjuiste opgave van het woonadres.