ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6805
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Herziening AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding met stiefzoon
Appellant ontving sinds 1976 een AOW-pensioen naar de gehuwdennorm. Na het overlijden van zijn echtgenote werd dit aangepast naar de norm voor ongehuwden. Naar aanleiding van een aanvraag van zijn stiefzoon is vastgesteld dat appellant met zijn stiefzoon een gezamenlijke huishouding voert. De Sociale verzekeringsbank herzag daarop het AOW-pensioen van appellant naar de gehuwdennorm met ingang van 1 juli 2000.
Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, stellende dat het onderscheid tussen bloedverwanten en aanverwanten in de wet onrechtvaardig is en dat de samenwoning voortkomt uit een verzorgingsrelatie. De Raad oordeelde dat het besluit van 5 januari 2001, waarin de herzieningsdatum werd vastgesteld, in de plaats is gekomen van het eerdere besluit en dat appellant geen belang meer had bij het hoger beroep tegen het eerdere besluit.
De Raad bevestigde dat appellant en zijn stiefzoon een gezamenlijke huishouding voeren volgens de AOW-definitie. Het onderscheid tussen bloedverwanten en aanverwanten is op objectieve en redelijke gronden gemaakt door de wetgever. Ook het motief van verzorging staat het aannemen van een gezamenlijke huishouding niet in de weg. Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard voor het eerdere besluit en ongegrond voor het latere besluit.
Uitkomst: De herziening van het AOW-pensioen naar de gehuwdennorm wegens gezamenlijke huishouding met de stiefzoon wordt bevestigd.