ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6818
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens termijnoverschrijding in sociale zekerheidszaak
Appellante maakte bezwaar tegen een uitkeringsspecificatie van maart 2002, dat door het College van burgemeester en wethouders van Zutphen ongegrond werd verklaard. Zij kwam vervolgens in beroep bij de rechtbank, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding. Appellante ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad onderzocht of de rechtbank terecht het beroep niet-ontvankelijk had verklaard. Het geschil betrof de datum van verzending van het besluit op bezwaar, die bepalend is voor het aanvangsmoment van de beroepstermijn. Gedaagde kon de verzending op 30 juli 2002 niet aantonen met een postregistratiesysteem of ontvangstbevestiging. Appellante ontkende ontvangst op die datum, maar bevestigde wel ontvangst op een later moment.
De Raad oordeelde dat het risico van het niet kunnen aantonen van de verzenddatum bij de afzender ligt en dat onzekerheid hierover niet ten nadele van appellante mag werken. Daarom was de niet-ontvankelijkverklaring onterecht. De Raad vernietigde de uitspraak en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling. Tevens veroordeelde de Raad gedaagde voorwaardelijk in de proceskosten van appellante in hoger beroep.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling.