ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6823
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake niet-ontvankelijkheid bezwaar en primaire beslissing in WAO-uitkeringszaak
In deze zaak gaat het om een geschil tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) en een gedaagde over de toekenning van een WAO-uitkering. Het Uwv had aanvankelijk geweigerd een uitkering toe te kennen omdat gedaagde niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt zou zijn geweest. Na bezwaar van de werkgever werd alsnog een uitkering toegekend, maar gedaagde werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep tegen dit besluit.
Het hoger beroep richt zich op twee punten: de niet-ontvankelijkverklaring van gedaagde in het beroep en de kwalificatie van het bestreden besluit als primaire beslissing op een verzoek om terug te komen op het eerdere besluit. De Raad oordeelt dat het hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring niet ontvankelijk is wegens gebrek aan belang van appellant.
Daarnaast vernietigt de Raad het oordeel dat het bestreden besluit als primaire beslissing kan worden aangemerkt, omdat het besluit geen afzonderlijke overwegingen bevat over het verzoek tot terugkomen. De Raad veroordeelt appellant in de proceskosten van gedaagde in hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring wordt niet-ontvankelijk verklaard en het oordeel dat het bestreden besluit een primaire beslissing is wordt vernietigd.