ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6856
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J.B.J.M. ten Berge
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen procedurebeslissing inzake AAW/WAO-uitkeringen
Appellant maakte bezwaar tegen de intrekking van zijn uitkeringen op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). De rechtbank 's-Gravenhage behandelde de beroepschriften van appellant als één zaak, waarbij het verzoek tot splitsing werd afgewezen. Appellant stelde tegen deze procedurebeslissing hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat volgens artikel 18, derde lid, van de Beroepswet tegen dergelijke beslissingen van de rechtbank alleen gelijktijdig met het hoger beroep tegen de einduitspraak hoger beroep kan worden ingesteld. Omdat appellant dit niet heeft gedaan, is het hoger beroep niet ontvankelijk. De Raad oordeelde dat appellant bewust heeft gekozen voor een niet in de Beroepswet voorziene procedure en daardoor geen inhoudelijk oordeel kan verkrijgen over zijn bezwaren tegen de procedurebeslissing.
De Raad zag geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Het vonnis werd uitgesproken op 30 juli 2004 door voorzitter J. Janssen en leden G.J.H. Doornewaard en J.B.J.M. ten Berge.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet gelijktijdig met het hoger beroep tegen de einduitspraak is ingesteld.