ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6913

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 juli 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/3167 TW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • J. Janssen
  • G.J.H. Doornewaard
  • W.M. Levelt-Overmars
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te late griffierechtbetaling ongegrond verklaard

Opposant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. Tegen deze beslissing heeft opposant verzet aangetekend en aangevoerd dat het griffierecht op 12 december 2003 was betaald, ondersteund met een kopie van een rekeningafschrift.

De Centrale Raad van Beroep stelde echter vast dat de betaling uiterlijk op 4 december 2003 had moeten plaatsvinden, binnen acht weken na de brief van de griffier van 9 oktober 2003. Opposant heeft geen verontschuldiging of geldige reden voor de te late betaling aangevoerd.

Daarom oordeelt de Raad dat geen gronden aanwezig zijn om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, en verklaart het verzet ongegrond. Partijen waren niet aanwezig bij de zitting van 28 mei 2004. De uitspraak werd op 23 juli 2004 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens te late betaling van het griffierecht is ongegrond verklaard.

Uitspraak

03/3167 TW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[Opposant], opposant,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Opposant heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Amsterdam op
27 mei 2003 tussen partijen gegeven uitspraak.
Bij uitspraak van 9 januari 2004 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig is betaald.
Tegen deze uitspraak heeft opposant bij schrijven van 29 januari 2004 verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op
28 mei 2004. Partijen zijn niet verschenen.
II. MOTIVERING
Opposant heeft in zijn verzetschrift aangevoerd dat hij het griffierecht op
12 december 2003 heeft overgemaakt. Als bewijsstuk heeft hij een kopie van een rekeningafschrift van de Banque Populaire te Al Hoceima meegezonden.
Het griffierecht had echter betaald moeten zijn binnen acht weken na de brief van de griffier van de Raad van 9 oktober 2003, dus uiterlijk op 4 december 2003.
De Raad stelt vast dat opposant in zijn verzetschrift niets heeft aangevoerd dat kan dienen als verontschuldiging voor de te late betaling.
Het verzet moet dan ook ongegrond worden verklaard.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. J. Janssen als voorzitter en mr. G.J.H. Doornewaard en
mr. W.M. Levelt-Overmars als leden, in tegenwoordigheid van mr. N.E. Nijdam als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2004.
(get.) J. Janssen.
(get.) N.E. Nijdam.
MH