ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6955
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet tijdig indienen gronden bezwaar
De zaak betreft een geschil over de ontvankelijkheid van een bezwaar tegen een boetenota over het jaar 2000. Betrokkene had pro forma bezwaar aangetekend, maar verzuimde de gronden tijdig in te dienen. Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de gronden niet binnen de gestelde termijn waren ingediend.
Betrokkene verzocht om uitstel vanwege ziekenhuisopname van zijn gemachtigde. Dit verzoek werd als gemotiveerd aangemerkt, maar appellant reageerde hier niet adequaat op en handhaafde de niet-ontvankelijkverklaring. De rechtbank oordeelde dat appellant nader onderzoek had moeten doen naar de overmachtsituatie die betrokkene had aangevoerd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank en oordeelt dat het besluit van appellant geen stand kan houden. Tevens veroordeelt de Raad appellant in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard en veroordeelt appellant in de proceskosten.