ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6971
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij WAO-uitkering
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om geen WAO-uitkering toe te kennen. Dit bezwaar werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare reden. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat het UWV had verzaakt hem te informeren over de mogelijkheid tot het indienen van een voorlopig bezwaar, waardoor de termijnoverschrijding niet had plaatsgevonden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen wettelijke of ongeschreven verplichting bestaat voor het bestuursorgaan om ongevraagd te informeren over het voorlopige bezwaar. Het verzuim lag bij appellant zelf.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en zag geen gronden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het bezwaar blijft niet-ontvankelijk verklaard vanwege niet verschoonbare termijnoverschrijding.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de weigering van een WAO-uitkering wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.