ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7026
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor tandheelkundige kosten wegens niet-noodzakelijkheid
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van het plaatsen van zes kronen op de voortanden. Een deel van de kosten werd vergoed via de aanvullende ziekenfondsverzekering, maar voor het resterende bedrag van f 2.433,-- werd bijzondere bijstand gevraagd. Gedaagde wees dit af omdat de kosten niet als noodzakelijk werden beschouwd.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat de tandarts deze behandeling als enige afdoende oplossing had geadviseerd en dat hij mocht vertrouwen op vergoeding, mede omdat voor soortgelijke kosten aan het ondergebit eerder wel bijzondere bijstand was verleend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt deze uitspraak.
De Raad overweegt dat de Ziekenfondswet een toereikende en passende voorziening biedt voor tandheelkundige hulp, waardoor bijzondere bijstand op grond van artikel 17 Abw Pro in beginsel niet toekomt. Ook is niet gebleken van zeer dringende redenen die afwijking rechtvaardigen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt verworpen omdat geen uitdrukkelijke toezeggingen zijn gedaan en eerdere fouten in vergoeding geen precedent scheppen.
De Raad concludeert dat de gemeente niet bevoegd was om bijzondere bijstand toe te kennen voor de gevraagde kosten en dat de reeds toegekende vergoeding van f 388,-- voor een bovenprothese voldoende is. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor tandheelkundige kosten wordt afgewezen wegens het ontbreken van noodzakelijkheid en dringende redenen.