ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7063
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening ouderdomspensioen na huwelijk ondanks gescheiden huishoudens
Appellant ontving vanaf oktober 1999 een ouderdomspensioen voor een ongehuwde. Na zijn huwelijk op 22 februari 2000 herzag de Sociale verzekeringsbank het pensioen naar gehuwdenpensioen per 1 maart 2000. Dit besluit werd gebaseerd op een telefoonrapport waaruit bleek dat appellant en zijn echtgenote een duurzame affectieve relatie hadden, ondanks dat zij apart woonden en geen financiële banden hadden.
Appellant stelde dat hij en zijn echtgenote duurzaam gescheiden leefden en het huwelijk slechts was aangegaan om erfrechtelijke redenen. De rechtbank verklaarde zijn beroep ongegrond en oordeelde dat er geen sprake was van duurzaam gescheiden leven omdat zij regelmatig contact hadden en gezamenlijke activiteiten ondernamen.
De Centrale Raad van Beroep volgde dit oordeel en benadrukte dat duurzaam gescheiden leven betekent dat echtgenoten ieder een eigen leven leiden alsof zij niet gehuwd zijn, en dat dit ondubbelzinnig uit de feiten moet blijken. De Raad vond dat de feiten geen duurzaam gescheiden leven aantonen, waardoor het gehuwdenpensioen terecht werd toegekend en het beroep ongegrond is verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ouderdomspensioen wordt terecht herzien naar gehuwdenpensioen.