ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7069
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid bij aanvang verzekering
Appellant, geboren in 1960, was sinds 1989 medisch beperkt door een oligodendroglioomoperatie met blijvende neurologische uitval en visuele beperkingen. Hij kwam in 1991 naar Nederland en trad in dienst, maar meldde zich kort daarna ziek. Gedaagde (UWV) weigerde aanvankelijk ziekengeld omdat appellant bij aanvang van de verzekering al arbeidsongeschikt was.
In 1992 werd de arbeidsongeschiktheid van appellant geheel en blijvend buiten aanmerking gelaten omdat hij niet op oproepen voor onderzoek reageerde. Dit besluit werd in 1999 gehandhaafd, waarbij een verzekeringsarts concludeerde dat appellant bij aanvang van de verzekering reeds volledig arbeidsongeschikt was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat op basis van medische gegevens en de criteria van artikel 18 WAO Pro sprake was van voldoende en ondubbelzinnige indicaties voor volledige arbeidsongeschiktheid bij aanvang van de verzekering. De Raad vond dat gedaagde terecht van zijn bevoegdheid gebruik had gemaakt om de arbeidsongeschiktheid buiten aanmerking te laten.
Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam bevestigd. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De Raad sprak het vonnis uit in aanwezigheid van de griffier en bevestigde daarmee de weigering van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid bij aanvang van de verzekering.