ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7099
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. Van Voorst
- C.W.J. Schoor
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaalde WAO-uitkering wegens administratieve fout
Appellant ontving vanaf 1 april 1978 een WAO-uitkering vastgesteld op 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid. Na een herkeuring in juli 1999 werd door administratieve fouten een uitkering betaald op basis van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Gedaagde vorderde de onverschuldigde bedragen terug via besluiten van september 2000.
Appellant beriep zich op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel, stellende dat hij mocht vertrouwen op de juiste uitkeringsbetaling. De rechtbank oordeelde echter dat appellant duidelijk had kunnen en moeten begrijpen dat hij teveel ontving, mede omdat hij naast de WAO-uitkering ook ziekengeld ontving. De afspraakbevestiging van de verzekeringsarts was voorlopig en kon geen vertrouwen wekken.
In hoger beroep bracht appellant geen nieuwe gronden aan. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat er geen sprake was van bijzondere omstandigheden die terugvordering zouden verhinderen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de terugvordering bleef gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de onverschuldigd betaalde WAO-uitkering wordt bevestigd.