ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ambtshalve correctie AAW-uitkering wegens psychische arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig chauffeur, kreeg sinds 1980 een AAW-uitkering wegens maag- en nerveuze klachten met een arbeidsongeschiktheid van 25-35%. In 1996 werd hij herbeoordeeld en psychisch meer beperkt geacht, met een toename van arbeidsongeschiktheid tot 80-100% vanaf 13 december 1996. Gedaagde, het UWV, herzag de uitkering ambtshalve en corrigeerde een kennelijke fout.
Appellant betwistte de datum van toename van zijn psychische beperkingen en stelde dat deze al in 1989 was. De rechtbank paste een marginale toets toe en wees het beroep af. In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank onterecht deze toets hanteerde en dat het UWV niet mocht terugkomen op een onherroepelijk besluit.
De Raad oordeelde dat een ambtshalve correctie van een kennelijke fout vol toetsbaar is en dat de rechtbank de juiste toets niet had toegepast. Desondanks leidt een volle toets niet tot een ander resultaat. De Raad bevestigde dat de datum van toename van arbeidsongeschiktheid terecht op 13 december 1996 is gesteld, omdat de medische rapportage geen bewijs levert voor een eerdere toename in 1989.
De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd met verbeterde gronden en er is geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot ambtshalve correctie van de AAW-uitkering met ingang van 13 december 1996.