ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7363
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen terugvordering onverschuldigd betaalde WAO-uitkering en geschil over arbeidsongeschiktheidsklasse
Appellant, sinds 1987 arbeidsongeschikt wegens psychische klachten, heeft meerdere keren een WAO-uitkering ontvangen waarvan de mate van arbeidsongeschiktheid door het UWV is vastgesteld en herzien. Na een uitgebreid medisch en arbeidskundig onderzoek werd de arbeidsongeschiktheidsklasse aangepast en enkele besluiten ingetrokken en opnieuw vastgesteld. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, stellende dat hij volledig arbeidsongeschikt was.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen twee van deze besluiten niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen de terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkering af, omdat geen dringende redenen voor kwijtschelding waren aangetoond. Appellant ging in hoger beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en de inhoudelijke afwijzing van zijn bezwaar.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het bezwaar tegen de besluiten ontvankelijk is omdat de besluiten nieuwe vaststellingen van het recht op WAO-uitkering betreffen. Medische rapporten van psychiaters Tilanus en Notten ondersteunen dat er geen objectief vast te stellen ziekte was op de relevante data, waardoor de medische grondslag voor volledige arbeidsongeschiktheid ontbreekt. De Raad bevestigt de terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkering en vernietigt het deel van de uitspraak van de rechtbank dat het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van onverschuldigd betaalde WAO-uitkering en verklaart het bezwaar tegen de vaststellingsbesluiten ontvankelijk maar ongegrond.