ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7403
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering wegens ontbreken ziekte of gebrek volgens arbeidsongeschiktheidswetgeving
De zaak betreft de weigering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om gedaagde in aanmerking te brengen voor een WAO-uitkering op grond dat hij niet arbeidsongeschikt is door ziekte of gebrek. Gedaagde viel uit met psychische klachten, maar werd hersteld gemeld toen hij van werkgever wisselde. De verzekeringsarts kon geen structureel gebrek of ziekte vaststellen die arbeidsongeschiktheid rechtvaardigde.
De rechtbank Arnhem oordeelde aanvankelijk dat er wel sprake was van ziekte en ongeschiktheid, en vernietigde de weigering. De Raad van Beroep liet zich echter adviseren door een deskundige psychiater, die een persoonlijkheidsstoornis en sociale fobie vaststelde, maar zich kon verenigen met de conclusies van de verzekeringsartsen dat deze aandoeningen geen wezenlijke beperkingen voor arbeidsprestatie veroorzaakten.
De Raad van Beroep vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee de weigering van de WAO-uitkering stand hield. De medische rapporten en het deskundigenadvies vormden de basis voor dit oordeel.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van arbeidsongeschiktheid door ziekte of gebrek.