ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7413
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Opschorting en vaststelling WAZ-uitkering wegens onderzoek inkomsten eigen bedrijf
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen besluiten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) betreffende haar WAZ-uitkering, specifiek tegen de opschorting van uitbetaling wegens onderzoek naar inkomsten uit haar eigen bedrijf en de vaststelling van de hoogte van de uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit tot opschorting ongegrond en het beroep tegen de vaststelling van de hoogte van de uitkering niet-ontvankelijk. Appellante stelde dat het besluit van 29 januari 2001 gericht was op rechtsgevolg en dat haar bezwaar tegen de loonkundige onderbouwing niet ontvankelijk had mogen worden verklaard.
De Raad oordeelde dat het besluit tot vaststelling van de hoogte van de uitkering wel een primair besluit is waartegen bezwaar mogelijk is. Het bezwaar had ontvankelijk verklaard moeten worden, maar inhoudelijk ongegrond omdat appellante haar standpunt onvoldoende onderbouwde.
De Raad vernietigde het besluit dat het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde, verklaarde het bezwaar ontvankelijk maar ongegrond, en veroordeelde het Uwv tot vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de vaststelling van de hoogte van de WAZ-uitkering wordt ontvankelijk verklaard maar inhoudelijk ongegrond, met proceskostenvergoeding aan appellante.