ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7504
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen van besluit inzake WAO zonder nieuwe feiten
Appellant heeft verzocht om terug te komen van een besluit uit 1982 waarin zijn arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 25 tot 35%, terwijl hij meent dat dit ten onrechte is vastgesteld en dat hij recht heeft op een hogere mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55% vanaf 1 december 1981. Dit verzoek werd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) afgewezen en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een verzoek om terug te komen van een eerder besluit alleen gehonoreerd kan worden indien er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn. De door appellant aangevoerde klachten en medische stukken bevatten geen nieuwe feiten die een herziening rechtvaardigen.
De Raad stelt vast dat de stelling van appellant over chronische hoofdpijnklachten niet voldoende onderbouwd is en bovendien niet aantoont dat hij recht heeft op een hogere arbeidsongeschiktheidsklasse. Daarom was het UWV bevoegd het verzoek af te wijzen en heeft de Raad geen reden om dit besluit aan te tasten.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt bevestigd.