ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7515
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Beëindiging aanvulling Wajong-uitkering wegens samenwoning en niet-ontvankelijkheid bezwaar
Appellant ontving een aanvulling op zijn Wajong-uitkering die bij besluit van 18 februari 2003 met ingang van 1 augustus 1996 werd beëindigd omdat hij niet als alleenstaande werd aangemerkt maar als samenwonend. Gedaagde vorderde vervolgens onverschuldigd betaalde uitkeringen terug en legde een boete op. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deed dit te laat. De Raad oordeelde dat het besluit op de voorgeschreven wijze was bekendgemaakt en dat de bezwaartermijn was overschreden zonder dat sprake was van verontschuldigbare omstandigheden.
Appellant had als postadres het ouderlijk huis aangehouden vanwege zijn visuele handicap en die van zijn partner, maar het besluit was correct aan het juiste adres verzonden. De Raad vond de stelling dat het besluit niet was ontvangen ongeloofwaardig en wees erop dat appellant en zijn partner bewust hadden gekozen het besluit aanvankelijk naast zich neer te leggen. De termijnoverschrijding was niet verschoonbaar, ook niet gezien het feit dat appellant pas maanden later bezwaar maakte.
De voorzieningenrechter had het bezwaar eerder niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak en vond geen reden om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro. Het beroep van appellant werd afgewezen en het besluit tot beëindiging van de aanvulling en terugvordering bleef in stand.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de beëindiging van de aanvulling op de Wajong-uitkering wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.