ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7516
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid per 24 juli 2001
Appellant verzocht om een WAO-uitkering, maar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde deze toe te kennen omdat hij per 24 juli 2001 minder dan 15% arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij op die datum meer beperkingen had, onder meer door psychische en hartklachten, en dat foto’s van zijn ruggewervels ernstige klachten zouden aantonen.
De Raad nam de feiten uit de eerdere uitspraak over en overwoog dat appellant onvoldoende medische onderbouwing had geleverd voor zijn stellingen over beperkingen per de datum in geding. De hartklachten en volledige arbeidsongeschiktheid werden pas later vastgesteld, na de datum in kwestie. Ook de vermeende ernstiger rugklachten werden niet met bewijs ondersteund. De Raad oordeelde dat appellant medisch in staat was tot het verrichten van de maatgevende arbeid op 24 juli 2001.
Appellants verzoek om een aanvullend medisch onderzoek door een door de Raad benoemde deskundige werd afgewezen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en oordeelde dat er geen reden was om van het standpunt van het Uwv af te wijken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid per 24 juli 2001.