ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7766
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken ziekte of gebrek
Appellant, voormalig agrarisch medewerker, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid. Deze uitkering werd later ingetrokken op grond van medisch onderzoek dat concludeerde dat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt was. Appellant voerde aan dat hij leed aan een recidiverende depressieve stoornis met forse beperkingen, ondersteund door zijn behandelend psychiater Jessurun.
De Raad stelde vast dat onafhankelijke psychiatrische rapporten van Walburgh Schmidt en Van Ittersum geen aanwijzingen voor een psychiatrische stoornis vonden. Hoewel Walburgh Schmidt aangaf dat appellant niet op eigen kracht tot arbeidsparticipatie zou komen, werd dit niet als ziekte in de zin van de WAO beschouwd. De Raad achtte het oordeel van Van Ittersum, als onafhankelijke deskundige, zwaarder dan dat van Jessurun.
Appellants aanvullende arbeidskundige bezwaren werden buiten beschouwing gelaten wegens te late indiening. De Raad vond geen aanleiding voor aanvullend medisch onderzoek en concludeerde dat het verzekeringsgeneeskundige onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd vanwege het ontbreken van ziekte of gebrek in de zin van de WAO.