ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7898
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAO-uitkering en ziekengeld wegens arbeidsongeschiktheid en geschiktheid voor arbeid
Appellante, die sinds juni 1993 wegens psychische klachten niet meer werkte, ontving een WAO-uitkering die in 1999 werd beëindigd op grond van een beoordeling dat zij geschikt was voor 24 uur werk per week. Appellante voerde aan dat zij vanwege een depressieve stoornis minder uren kon werken, ondersteund door een psychiatrisch rapport.
De Raad schakelde een onafhankelijke psychiater in, die concludeerde dat appellante niet geschikt was voor 24 uur werk per week vanwege een persoonlijkheidsstoornis. Hierdoor kon het besluit tot beëindiging van de WAO-uitkering niet standhouden. Ook het besluit tot beëindiging van het ziekengeld per 6 juni 2000 werd vernietigd, omdat de grondslag daarvoor was komen te vervallen.
De Raad oordeelde dat de deskundige rapporten zorgvuldig en goed gemotiveerd waren en volgde het oordeel dat appellante niet geschikt was voor de voorgestelde arbeid. De besluiten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen werden vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor nieuwe besluitvorming. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De besluiten tot beëindiging van de WAO-uitkering en het ziekengeld worden vernietigd omdat appellante niet geschikt is voor 24 uur werk per week.