ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7899
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij geschil over bijstandsuitkering en gezamenlijke huishouding
Verzoeker, het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad, had een bijstandsuitkering toegekend aan gedaagde. Deze uitkering werd beëindigd omdat gedaagde een gezamenlijke huishouding voerde met een partner. Gedaagde maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van gedaagde gegrond en vernietigde het besluit, waarna verzoeker een nieuw besluit moest nemen.
Verzoeker vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening in afwachting van de behandeling van het hoger beroep. De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang was om een voorlopige voorziening te treffen. De financiële consequenties voor verzoeker van uitvoering van de aangevallen uitspraak waren niet zwaarwegend, mede omdat gedaagde sinds september 2003 werkt en de periode waarvoor bijstand zou moeten worden verleend ongeveer drie weken betreft.
Ook het feit dat beroep is ingesteld tegen het besluit tot intrekking van de uitkering over een eerdere periode en terugvordering van kosten, rechtvaardigde geen voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wees het verzoek af en veroordeelde verzoeker in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.