ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7907
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 25-35%
Appellante, met rug- en heupklachten door osteoporose, was sinds 31 augustus 1998 arbeidsongeschikt verklaard. De uitkering werd aanvankelijk berekend op 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid, maar op 13 februari 2002 herzien naar 25 tot 35%.
De verzekeringsarts stelde een belastbaarheidspatroon op, en een arbeidsdeskundige selecteerde passende functies. Appellante voerde aan dat haar pijn, vermoeidheid en psychische gesteldheid onvoldoende werden meegewogen, maar deze bezwaren werden in bezwaar en beroep ongegrond verklaard.
In hoger beroep werden aanvullende medische rapporten overgelegd, maar deze hadden geen betrekking op de datum van 18 februari 2002. De Raad concludeerde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellante voldoende passende functies waren aangeboden.
Daarom werd het hoger beroep van appellante verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er was geen aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige of toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering op 25 tot 35% wordt bevestigd.