ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8171
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling korting op wachtgeld wegens inkomsten uit arbeid na ontslag
Appellante, voormalig parttime logopediste bij de gemeente Helden, kreeg eervol ontslag met wachtgeld toegekend. Na haar ontslag werkte zij deels in loondienst op scholen en had zij een eigen praktijk als zelfstandig logopediste. In de jaren 1998 en 1999 nam zij haar werkzaamheden deels weer op en beëindigde zij haar zelfstandige praktijk.
De gemeente paste op haar wachtgeld een korting toe op basis van artikel 10:15 van Pro de CAR/UWO, omdat haar inkomsten uit arbeid waren toegenomen ten opzichte van het jaar vóór haar ontslag. Appellante voerde aan dat haar inkomsten in 1998 en 1999 vergelijkbaar waren met die vóór ontslag en dat zij in 1996-1997 minder werkte vanwege gezondheidsredenen.
De Raad oordeelde dat appellante vrijwillig minder was gaan werken in 1996-1997 zonder medische onderbouwing en dat de inkomsten uit arbeid na ontslag juist in aanmerking genomen moesten worden voor de korting. Tevens werd geoordeeld dat inkomsten uit loondienst en zelfstandige activiteiten afzonderlijk beoordeeld moeten worden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting op het wachtgeld van appellante wegens haar inkomsten uit arbeid na ontslag.