ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8657

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 augustus 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02/5980 WUV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • C.G. Kasdorp
  • E. Heemsbergen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet tijdige betaling griffierecht in bestuursrechtelijke procedure

Opposante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was voldaan. Hiertegen heeft opposante verzet aangetekend, stellende dat zij tijdig had betaald en een brief had ingediend met een verschoningsgrond.

De Raad heeft echter vastgesteld dat de brief met de vermeende verschoningsgrond niet in het dossier aanwezig was en dat het enige document met de datum van 21 februari 2003 een bankafschrift betrof waaruit bleek dat het griffierecht pas op 24 februari 2003 op de rekening van de Raad was bijgeschreven, dus na de gestelde termijn. Pogingen van de Raad om de ontbrekende brief te verkrijgen bleven onbeantwoord.

Opposante is niet verschenen bij de zitting van 15 juli 2004. De Raad concludeert dat het verzet ongegrond is en bevestigt het eerdere besluit van niet-ontvankelijkheid. Er worden geen proceskosten aan een van de partijen opgelegd. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 26 augustus 2004.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
02/5980 WUV
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 17 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposante], wonende te [woonplaats] (Indonesië), opposante,
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
De Raad heeft bij uitspraak van 3 juli 2003 het door opposante ingestelde beroep tegen een ten aanzien van haar door geopposeerde genomen besluit d.d. 26 september 2002 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald.
Tegen die uitspraak heeft opposante bij brief van 26 september 2003 verzet gedaan. Het verzetschrift is op 30 september 2003 ter griffie van de Raad ontvangen.
Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad van 15 juli 2004 waar opposante niet is verschenen. Geopposeerde heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. I. Wolfert, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. MOTIVERING
Blijkens de stukken is bij schrijven van 6 januari 2003 opposante erop gewezen dat het verschuldigde griffierecht alsnog binnen vier weken na dagtekening per kas dient te zijn voldaan dan wel op de bankrekening van de Raad dient te zijn bijgeschreven.
Dit schrijven hield een herinnering in aan een eerder schrijven van 16 december 2002 waarbij opposante was uitgenodigd het griffierecht te voldoen.
Opposante heeft in verzet aangevoerd dat zij de reden van het verzuim tijdig te betalen reeds eerder heeft aangegeven in een door haar ingediende brief van 21 februari 2003. Aangezien deze brief zich niet in het dossier bevond heeft de Raad door middel van verscheidene brieven aan opposante getracht deze brief in zijn bezit te krijgen. Hierop is echter geen reactie ontvangen. Het enige schrijven dat zich in het dossier bevindt met voornoemde datum bevat geen verschoningsgrond aangezien dit een kopie van een bankafschrift van de ABN-AMRO bank te Manado betreft waaruit blijkt dat het griffierecht op 21 februari 2003 door opposante is overgemaakt. Het verschuldigde bedrag is eerst op 24 februari 2003 op de rekening van de Raad bijgeschreven.
Dit houdt in dat opposante het griffierecht niet binnen de gestelde termijn heeft betaald.
Uit het vorenstaande volgt dat het door opposante gedane verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Met toepassing van artikel 8:55 van Pro de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
Voor een veroordeling van een der partijen in de proceskosten, zoals bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Awb bestaat ten slotte geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter in tegenwoordigheid van
L. Karssenberg als griffier en uitgesproken in het openbaar op 26 augustus 2004.
(get.) C.G. Kasdorp.
(get.) E. Heemsbergen.
HD
16.07