ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8763
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken nieuwe feiten
De erven van betrokkene hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerster) waarin een verzoek tot erkenning als burger-oorlogsslachtoffer werd afgewezen. Betrokkene had in 1986 een aanvraag ingediend op grond van gezondheidsklachten door derdegraadsverbrandingen veroorzaakt door een ongeval met brandende benzine tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dit verzoek werd destijds afgewezen omdat het incident niet als oorlogsgeweld werd aangemerkt.
In 2002 diende betrokkene een herzieningsverzoek in, dat na zijn overlijden door de erven werd voortgezet. De Raad oordeelde dat dit verzoek neerkwam op een herziening van het eerdere besluit, waarvoor geen nieuwe relevante feiten of gegevens waren aangevoerd. Hoewel er werd gewezen op oorlogsactiviteiten in de regio na de bevrijding en vergelijkbare gunstige besluiten in andere zaken, waren deze niet van toepassing op de situatie van betrokkene.
De Raad concludeerde dat verweerster binnen haar beoordelingsvrijheid redelijk heeft gehandeld door het verzoek af te wijzen en dat het besluit niet in strijd is met geschreven of ongeschreven rechtsregels of algemene rechtsbeginselen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de erven wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van erkenning als burger-oorlogsslachtoffer blijft gehandhaafd.